"Je weet nooit wat je over tien minuten doet”
Toen ambulancechauffeur Istvan zijn MAVO-diploma op zak had, vertrok hij eerst voor een jaar naar Amerika. Daarna werd hij opgeroepen voor de dienstplicht en ingedeeld bij de geneeskundige dienst als hospik-chauffeur. In die rol werk je altijd in teamverband en verleen je medische assistentie aan de hospik tijdens oefeningen en op uitzending. Na zijn dienstplicht besloot Istvan nog een paar jaar door te gaan als beroepsmilitair: “Via Defensie kon ik de toen nog tweejarige opleiding tot ambulancechauffeur gaan volgen bij de SOSA (tegenwoordig AvA). Na mijn uitzending naar Bosnië ben ik gestart met deze opleiding. Mijn stageplek vond in Heerlen en daar mocht ik ook blijven na m’n stage. Toen er daarnaast een ambulanceteam in Landgraaf werd opgericht, ben ik daar aan het werk gegaan.”
Het is inmiddels zo’n 25 jaar geleden dat Istvan startte als ambulancechauffeur en hij vindt het nog steeds een prachtberoep: “Het is vooral de afwisseling die m’n werk zo boeiend maakt. Je weet immers nooit wat je over tien minuten doet. De casussen zijn enorm uiteenlopend. De ene keer wordt je opgeroepen bij een bevalling, een andere keer vanwege een schietpartij of een aanrijding. Uiteraard kom je ook veel bij mensen thuis na een melding van pijn op de borst of ernstige buikpijn.”
Hoe gaat dat dan in de praktijk? “Wanneer we op de post zijn en worden opgeroepen, zien we in eerste instantie alleen de urgentie en het adres. Onderweg in de ambulance krijgen we meer informatie en probeer je je een beeld te vormen van wat je te wachten staat. Samen maken we alvast een plan: hoe gaan we dit aanpakken? Als chauffeur denk ik ook vooruit over hoe we het beste weer weg kunnen komen met de patiënt en of we bijvoorbeeld hulp nodig hebben van onze collega’s, de politie of de brandweer. Tijdens de hulpverlening heb je als chauffeur bovendien een assisterende rol richting de verpleegkundige. Je reikt materialen aan, trekt medicatie op en bent een extra paar ogen. Ook dat vind ik mooi aan m’n werk, dat je echt een team vormt: je gaat met z’n tweeën op pad en samen los je de casus op.”
Wat maakt iemand geschikt voor het vak ambulancechauffeur? “Om te beginnen moet je stressbestendig zijn en er in slagen rustig te blijven ook als er veel om je heen gebeurt. Een chauffeur is bovendien een goede multitasker. Tijdens de hulpverlening assisteer je de verpleegkundige, stel je vragen aan omstanders en probeer je familie gerust te stellen. Tegelijkertijd ben je al bezig met de volgende stap: hoe komen we hier straks het beste weg? Vooruitdenken en anticiperen zijn dus essentieel.”
Als chauffeur doe je duidelijk veel meer dan alleen de ambulance besturen. Istvan: “Achter het stuur ben ik vooral gericht op veilig aankomen op onze bestemming. Vooral als ik met hoge snelheid rij, ben ik me er extra van bewust dat ik ook nog in staat moet zijn om op tijd te kunnen remmen. Daarnaast houd ik rekening met het comfort van zowel de verpleegkundige als de patiënt, zodat zij zo min mogelijk hinder ondervinden tijdens het vervoer. Kennis van de regio komt daarbij goed van pas. Natuurlijk gebruiken we navigatie, maar het is erg handig om ook te weten waar veel drempels liggen of welke alternatieve route je kunt nemen wanneer je weg plotseling versperd is.”
Om zijn regiokennis op peil te houden heeft Istvan een handige truc: “Ik sport veel. Als ik aan het hardlopen of fietsen ben, sla ik regelmatig een weg in die ik nog niet ken.”