“Onderweg maak jij het verschil”
Verpleegkundige Elles Stultjens stapte enkele jaren geleden over van het ziekenhuis naar de ambulancezorg. Na negen jaar op de Spoedeisende Hulp twijfelde ze of ze de overstap naar ambulancezorg zou wagen. “Het werk op de Spoedeisende Hulp is erg leuk en uitdagend. Je komt met diverse specialismen in aanraking en dat maakt het heel interessant. Maar op enig moment zocht ik toch extra uitdaging. De ambulancezorg sprak me aan, maar ik durfde niet meteen.”
Ze besloot de sprong toch te wagen en heeft er tot op de dag van vandaag geen spijt van. “Ik had natuurlijk al de nodige ervaring in mijn rugzak. Bovendien word je uiteraard niet direct in het diepe gegooid. Verpleegkundigen worden klaargestoomd voor de praktijk via een opleiding aan bijvoorbeeld de Academie voor Ambulancezorg. Toch vond ik het in het begin wel spannend. Waar je in het ziekenhuis veel dokters om je heen hebt die je bij wijze van spreken zeggen wat je moet doen, is het op de ambulance juist de uitdaging om zelf beslissingen te nemen. Dat is een hele andere verantwoordelijkheid. Uiteraard zijn er duidelijke protocollen waarbinnen je handelt.
In onze regio ben je bovendien, vergeleken met bijvoorbeeld de Randstad, relatief lang onderweg met een patiënt. Je bent niet altijd binnen vijf minuten in het juiste ziekenhuis. Dat betekent dat je onderweg écht iets kunt betekenen voor de patiënt. De casussen waar we mee te maken krijgen, zijn zeer uiteenlopend. Het is iedere rit weer een verrassing wat je bestemming is. Je komt bij veel mensen over de vloer en ziet wat er zich achter de voordeur afspeelt.”
Veel mensen denken dat werken op de ambulance betekent vooral met hoge snelheid, zwaailicht en sirene een patiënt naar het ziekenhuis brengen. “In de praktijk gaat het toch heel anders. We rijden lang niet altijd met spoed. Het komt zelfs steeds vaker voor dat we de patiënt, nadat deze grondig is nagekeken, thuislaten. Dat kan prima als de zorg thuis goed georganiseerd is en de naasten en huisarts een oogje in het zeil houden. We hebben lang niet altijd met levensbedreigende casussen te maken.”
Een ander hardnekkig beeld is dat je op de ambulance veel te maken krijgt met agressie en geweld. Ook dat beeld wil Elles graag nuanceren: “Het komt natuurlijk wel eens voor, maar ik heb er zelf gelukkig nog nooit mee te maken gehad sinds ik op de ambulance werk. In het ziekenhuis heb ik helaas vaker met agressie te maken gehad.”
Na een heftige casus kunnen medewerkers altijd terugvallen op goede nazorg. “Als je even moet bijkomen of wilt napraten met collega’s, is daar altijd ruimte voor en mocht het nodig zijn word je niet direct weer voor een volgende rit ingezet. Praten kan ook met het Bedrijfsopvangteam (BOT), collega’s die hier speciaal voor zijn opgeleid. Zo’n gedeelde ervaring zorgt bovendien voor een hechte band met collega’s. Alleen zij begrijpen wat het werk echt inhoudt. Tijdens de hulpverlening heb je vaak aan één blik genoeg; je hoeft elkaar niets te zeggen.”
Welke eigenschappen zijn belangrijk om op de ambulance te kunnen werken? “Als verpleegkundige moet je in staat zijn om de leidersrol op je te nemen: jij hebt de touwtjes in handen en moet beslissingen durven te nemen. Het werk vraagt daarnaast ook een scherpe klinische blik en brede kennis. Je voert diverse verpleegtechnische handelingen uit en je bent constant aan het denken én aan het handelen. Daarnaast moet je de rust bewaren, ook in de meest stressvolle situaties. Tot slot is een flinke dosis creativiteit en improvisatievermogen aan te bevelen. Je kunt immers op de meest uiteenlopende plekken zorg moeten verlenen!”
Aan verpleegkundigen die twijfelen, wil ze meegeven: dóén. “Twijfel niet aan jezelf en waag die sprong. Je kunt mensen helpen, vertrouwen geven en rust brengen op één van de meest kwetsbare momenten in iemands leven. Dat je er dan voor iemand kunt zijn, geeft zoveel voldoening!”